Medicatieveiligheid

In het VMS Veiligheidsprogramma zijn de thema’s ‘High Risk Medicatie’ en ‘Medicatieverificatie bij opname en ontslag’ opgenomen. Implementatie van deze thema’s blijkt lastig en vraagt nog extra aandacht. Daarom is ‘medicatieveiligheid’ één van de patiëntveiligheidsspeerpunten tot aan 2017.

Medicatieveiligheid wordt gedefinieerd als het minimaliseren van aan geneesmiddelen gerelateerde problemen, waarvan medicatiefouten een belangrijk onderdeel vormen. Medicatiefouten zijn fouten in het aanvragen, verwerken, afleveren, toedienen of monitoren van geneesmiddelen. Medicatiefouten zijn over het algemeen niet het gevolg van opzettelijk nalatig handelen, maar van een of meerdere tekortkomingen in het proces.

Themaconferentie 24 november

Op 24 november 2016 organiseren de NVZ, NFU en de NVZA een conferentie over het thema medicatieveiligheid. Bekijk de uitnodiging voor meer informatie over het programma en inschrijven.

High Risk Medicatie

'Uit de Centrale Medicatiefouten Registratie (CMR), waar fouten met geneesmiddelen van Nederlandse ziekenhuizen worden gemeld, blijkt dat de meeste medicatiefouten worden gemeld bij parenterale geneesmiddelen. Dat zijn alle geneesmiddelen die worden geïnjecteerd. Fouten worden gemaakt in zowel het proces van het voor toediening gereed maken van de medicatie (6%) als tijdens het toedienproces (46%) (CMR, 2009). Veel voorkomende fouten zijn: het verkeerde geneesmiddel gereedmaken, een verkeerde dosis gereedmaken, te vroeg of te laat toedienen of het niet toedienen van medicatie. Ook het treffen van onvoldoende hygiënische voorzorgsmaatregelen is een universeel probleem (Erasmus et al., 2010).'
Blok, C. de, Koster, E., Schilp, J., Wagner, C. (2013). Implementatie VMS Veiligheidsprogramma, evaluatieonderzoek in Nederlandse ziekenhuizen. Utrecht, Nivel.

Bij het thema ‘High Risk Medicatie: klaarmaken en toedienen van parenteralia’ leest u de informatie die vanuit het Veiligheidsprogramma is samengesteld en gepubliceerd. Ook vindt u daar praktijkvoorbeelden en tools.

Medicatieverificatie

'De zorg rondom het gebruik van medicijnen is complex omdat hier vaak verschillende zorgverleners bij betrokken zijn. Er zijn verschillende problemen te benoemen die te maken hebben met de overdracht van medicatie informatie: zorgverleners informeren elkaar niet altijd goed over aanpassingen in medicatie of zorgverleners weten niet wie er allemaal betrokken zijn bij de behandeling van een patiënt, de patiënt is niet altijd goed geïnformeerd over het eigen medicatie gebruik en zorgverleners hebben niet altijd toegang tot het volledige medicatiedossier (Karapinar, 2012). Deze problemen kunnen leiden tot medicatiefouten. Bij ziekenhuisopnames komen regelmatig medicatiefouten voor die schade kunnen veroorzaken (Cornish et al., 2005). Zo zijn incomplete medicatieoverzichten bij opname de oorzaak van zo’n 27% van alle voorschrijffouten in het ziekenhuis (Dobrzanski et al., 2002). Het risico op fouten bij opname, overplaatsing en ontslag is groot omdat er op deze momenten overdracht van patiëntinformatie plaatsvindt (Barnsteiner, 2005). Daarom is correcte en tijdige informatie overdracht naar andere zorgverleners van groot belang om medicatiefouten te voorkomen (Zhang et al., 2007).'
Blok, C. de, Koster, E., Schilp, J., Wagner, C. (2013). Implementatie VMS Veiligheidsprogramma, evaluatieonderzoek in Nederlandse ziekenhuizen. Utrecht, Nivel.

Fouten bij de medicatie vormen een van de grootste risico’s voor patiënten bij opname in het ziekenhuis. Daarom is bij de start van het veiligheidsprogramma er voor gekozen medicatieverificatie als thema te benoemen. Alle informatie vanuit het veiligheidsprogramma, de praktijkgids en begeleidende voorbeelden en tools vindt u onder het thema  ‘medicatieverificatie’.

Richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de keten

In opdracht van de minister heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) voor 2015 medicatieveiligheid als speerpunt in het toezichtkader geplaatst. In hun plannen geeft de IGZ aan te gaan handhaven op de richtlijn medicatieoverdracht in de keten. Mede als gevolg van het niet doorgaan van de wet ten aanzien van het landelijk Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) is deze richtlijn, die stamt uit 2008, op dit moment niet goed uitvoerbaar. Daarom hebben alle partijen die de richtlijn destijds hebben onderschreven (waaronder de NVZ, de NFU en de Federatie) een nadere toelichting op de ‘Richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de keten’ opgesteld.

In de toelichting wordt gesteld dat bij het voorschrijven of ter hand stellen van geneesmiddelen beschikt moet worden over een actueel medicatieoverzicht (AMO), geverifieerd met de patiënt of diens zorgverlener. Deze moet tenminste de volgende gegevens bevatten:

  1. Patiëntgegevens (NAW),
  2. Medicatiegegevens van de patiënt -> werkzame stof; dosering en (indien kuur) gebruiksduur; toedieningsvorm; sterkte per toedieningseenheid of verpakking; en indien van toepassing contra-indicaties, allergieën/intoleranties, ADE (ernstige bijwerkingen) en LAB waarden (indien beschikbaar en indien patiënt hiervoor toestemming heeft gegeven). Op dit moment is alleen wettelijk geregeld dat de afwijkende nierfunctiewaarden beschikbaar zijn voor voorschrijvers en apotheekhoudende,
  3. Herkomst van het medicatieoverzicht.

Daarnaast worden in de toelichting een paar uitzonderingssituaties weergegeven zoals in het geval van spoedeisende situaties en passanten, en weinig risico bevattende geneesmiddelen. Dit alles maakt dat de toelichting geen nieuwe eisen stelt of nieuwe elementen bevat, maar een praktische handreiking is voor de bestaande richtlijn. In april 2015 wordt gestart met de herziening van de ‘Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten’, zodat hij beter past bij de dagelijkse praktijk. Dit project zal uitgevoerd worden door het Kennisinstituut van Medisch Specialisten en moet in 2016 gereed zijn.

Vermelding reden van voorschrijven bij 23 geneesmiddelen

Vanaf 1 augustus 2013 zijn artsen en andere voorschrijvers wettelijk verplicht om bij 23 geneesmiddelen de reden van voorschrijven op het recept te vermelden. Dit zijn geneesmiddelen die voor meerdere indicaties in uiteenlopende doseringen kunnen worden voorgeschreven én waarbij sprake is van een smalle therapeutische breedte of risico op ernstige bijwerkingen bestaat. Bij een smalle therapeutische breedte komt de dosering nauw, want bij een kleine afwijking van de dosering is er al een risico op nadelige effecten zoals vergiftigingsverschijnselen. Aan de hand van de reden van voorschrijven kan de apotheker controleren of de dosering klopt.

Daarnaast zijn artsen die laboratoriumonderzoek hebben laten uitvoeren naar de nierfunctie van een patiënt verplicht om een afwijkende uitslag aan de apotheker van de patiënt te verstrekken. De nierwaarde is belangrijk bij het verstrekken van geneesmiddelen en vormt een belangrijke factor in het verbeteren van de medicatieveiligheid.

Meer informatie over deze wettelijke verplichting vindt u op de website van de KNMG. Zo vindt u onder andere een lijst van veel gestelde vragen met hierin de lijst met de 23 middelen waar het over gaat. Per middel klikt u door naar een overzicht van de mogelijke redenen van voorschrijven.

Toezicht IGZ

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) gaat vanaf 2015 in het toezicht zorgbreed focussen op het risicothema medicatieveiligheid. Onderwerpen die zij hierbij benoemen zijn: duidelijkheid voor de patiënt over regie en verantwoordelijkheid, het actueel medicatieoverzicht, de medicatiebeoordeling en de elektronische medicatiebewaking. Instrumenten die de IGZ hierbij in zal zetten zijn onder andere de basisset kwaliteitsindicatoren ziekenhuizen en thematisch toezicht.

Basisset ziekenhuizen

Vanaf 2015 zijn in de basisset een aantal nieuwe kwaliteitsindicatoren opgenomen die betrekking hebben op medicatieveiligheid. Dit zijn indicatoren betreffende het voorschrijven van geneesmiddelen door middel van een elektronisch voorschrijfsysteem en medicatieverificatie bij de opname en ontslag van kwetsbare patiënten (ouderen en kinderen).

Thematisch toezicht

In 2014 heeft de IGZ thematisch toezicht uitgevoerd op het bereiden en toedienen van high risk medicatie in ziekenhuizen. In de eerste helft van 2015 zal het rapport hierover gepubliceerd worden. De IGZ zal in 2015 het toezicht hierop voortzetten. Ter ondersteuning van de ziekenhuizen is hiertoe het toezichtsinstrument publiek gemaakt en hier te downloaden. Daarnaast heeft de IGZ onlangs thematisch toezicht uitgevoerd op de overdracht van ziekenhuizen naar verpleeg- en verzorgingstehuizen in de regio. Dit onderzoek richtte zich niet specifieke op de overdracht van medicatiegegevens, maar uiteraard is dit wel een belangrijk onderdeel van de overdracht. De resultaten van dit onderzoek worden in 2015 verwacht.

Transparantie

Kwaliteitsvenster

Sinds mei 2014 hebben de algemene ziekenhuizen een Kwaliteitsvenster op hun website. In 2015 publiceren ook de Universitaire ziekenhuizen Kwaliteitsvensters. Een Kwaliteitsvenster maakt op een patiëntvriendelijke manier de kwaliteit van tien thema’s zichtbaar. Infecties en medicijnen zijn twee van de thema's die getoond worden in het Kwaliteitsvenster. Als de patiënt op de kaart ‘medicijnen’ klikt, verschijnt de prestatie van het ziekenhuis op het gebied van medicijncontrole. De patiënt krijgt ook informatie over de betekenis van de kwaliteitsinformatie en de context ervan. Hoe scoort het ziekenhuis bijvoorbeeld ten opzichte van het landelijk gemiddelde of ten opzichte van vorig jaar? En hoe verklaart een ziekenhuis een minder goed resultaat en wat doet het er eventueel aan om het resultaat te verbeteren?

Meer informatie over deze wettelijke verplichting vindt u op de website van de KNMG. van de KNMG. Op deze website treft u onder andere een lijst met veel gestelde vragen. Hierin vindt u ook een lijst met de 23 middelen waar het over gaat én kunt u per middel doorklikken waarna een overzicht van de mogelijke redenen van voorschrijven verschijnt.