TOP

Veelgestelde vragen Kwetsbare ouderen

Delier

Wat is de onderbouwing van de vraag uit de praktijkgids op pagina 27: ‘heeft u de afgelopen 24 uur hulp nodig gehad bij de zelfzorg? Als alleen deze vraag met ja wordt beantwoord, heeft dit consequenties voor de in te zeten interventies.
Dit is de tweede screeningsvraag die wordt geadviseerd te stellen om een verhoogde kwetsbaarheid voor een delier van een patiënt in te schatten. Een recente verandering in de hulpbehoefte van de patiënt is één van de aanwijzigingen voor een mogelijk delier. De andere vragen zijn: heeft u geheugenproblemen en zijn er bij een eerdere opname of ziekte perioden geweest dat u in de war was? Het klopt dat een antwoord ‘ja’ een vervolgstap vraagt, maar dit is niet voor niets. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland ongeveer dertig tot veertig procent van de oudere, interne patiënten op het moment van de acute opname in het ziekenhuis een delirium heeft. Op een intensive care komt delirium vaker voor. Afhankelijk van het soort IC krijgt tussen de vijftig tot tachtig procent van alle opgenomen patiënten, ongeacht hun leeftijd, een delirium (Miller & Ely 2006). Bij naar schatting twintig tot zestig procent van deze patiënten wordt het delirium niet of te laat herkend. Gemiddeld zijn deze patiënten vijf dagen langer opgenomen in het ziekenhuis (CBO 2004). Een deel kan voorkomen worden door systematische screening. De uitkomst van de screening geeft een indicatie voor verhoogd risico, waarna de interventies individueel kunnen worden vastgesteld door de behandelaars.

Beschikt het VMS Veiligheidsprogramma over voorlichtingsmateriaal en richtlijnen over delier?
Op VMSZorg.nl staan verschillende documenten met betrekking tot delier:

Fysieke beperkingen

Is procesindicator 2 komen te vervallen met betrekking tot functieverlies?
De indicator is inderdaad gewijzigd in een indicator voor intern gebruik. Dit heeft te maken met het feit dat de inschatting is dat deze indicator in de praktijk moeizaam uitvoerbaar bleek. Het nabellen na drie maanden om het functieverlies te kunnen vaststellen is een tijdrovende zaak. De zeggingskracht van de indicator is echter niet verminderd. Het is de uitkomstindicator waaruit men kan vaststellen of en waarom de ziekenhuisopname geleid heeft tot functieverlies van de patiënt. Ieder ziekenhuis kan deze indicator dan ook gebruiken als interne kwaliteitstoets om de resultaten van de toegepaste interventies achteraf vast te stellen. Zie ook de toelichting op deze indicator van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie.

Is er mogelijk een fout in de KATZ-ADL 6 uit de Praktijkgids geslopen en moet de laatste vraag: “Heeft u hulp nodig bij het lopen?” niet zijn: “Heeft u hulp nodig bij het eten?”
Erratum Praktijkgids Kwetsbare ouderen: Bijlage 1 Screeningsbundel Katz-ADL6, laatste vraag: “Heeft u hulp nodig bij het lopen?” Dit moet zijn: “Heeft u hulp nodig bij het eten?”

Wat wordt in de Praktijkgids op pagina 60 bij Katz-ADL6 precies bij vraag 5 en 6 onder ‘hulp’ verstaan (transfer van bed naar stoel / bij het lopen)?
In de originele ‘KATZ ADL 6’ vragenlijst wordt onderscheid gemaakt tussen hulp met hulpmiddelen en hulp door personen. Als iemand met behulp van hulpmiddelen – bijvoorbeeld een stok – zelfstandig de transfer van bed naar stoel kan maken, mag in de vragenlijst geantwoord worden dat deze persoon dit zelfstandig kan. Iemand is niet zelfstandig als hulp nodig is van andere mensen.

Dienen we bij de screening van de mogelijke fysieke beperkingen uit te gaan van de toestand van de patiënt vóór de opname of de toestand ten tijde van de opname?
Men dient uit te gaan van de toestand van de patiënt op het moment van opname. Het screenen op functieverlies heeft in de gids eigenlijk twee doelen:

  • Het opstellen van een persoonlijk behandelplan met als doel (her)activering van de patiënt zodat de fysieke conditie van de patiënt behouden blijft en dus verder (vermijdbaar) functieverlies voorkomen wordt (uitgaande van de toestand bij moment van opname).
  • het vaststellen van de fysieke conditie om vast te kunnen vaststellen of er (onherstelbaar) functieverlies is opgetreden ná de ziekenhuisopname. Hiertoe wordt ook drie maanden na opname aan de patiënt gevraagd het functioneren op dat moment te beoordelen (uitgaande van de toestand voor opname).

Waarom heeft het VMS Veiligheidsprogramma gekozen voor de Katz ADL? En zijn er nog andere instrumenten?
De Katz-6 die in de bundel staat is dezelfde Katz die door geriaters gebruikt wordt en ook in de Minimale Data Set (MDS) van het Nationaal Programma Ouderenzorg wordt gebruikt. Het expertteam heeft voor de Katz-6 gekozen, omdat het een screeningsinstrument is wat met name op verpleegkundigen is gericht. Een ander meetinstrument is bijvoorbeeld de Barthel, wat meer door fysiotherapeuten wordt gebruikt. De insteek was dat de verpleegkundige screent en dan eventueel verwijst naar de fysiotherapeut (die dan de Barthel zou kunnen gebruiken). De wijze van scoren is gebaseerd op het artikel ‘Studies of illness in the aged. The index of ADL” JAMA, 1963 Van Katz e.a’. Er bestaat ook een andere Katz, namelijk de Katz-15, dit is de modified version van Weinberger (1992).

Is er filmmateriaal beschikbaar ter ondersteuning van de implementatie van het thema fysieke beperkingen?
Met betrekking tot het subthema fysieke beperkingen heeft de werkgroep van het Diaconessenhuis Leiden de dvd ‘Mens & Bewegen’ ontwikkeld. Deze is te bestellen bij Jaap van Deutekom, beleidsmedewerker Stafbureau Diaconessenhuis Leiden via: jlvdeutekom@diaconessenhuis.nl. Onder vermelding van het gewenste aantal, ter attentie van wie en het afleveradres. Kosten: € 35 euro (inclusief btw en verzendkosten).

Vallen

Wat is evidence die ten grondslag ligt aan de adviezen met betrekking tot valincidenten bij ouderen?
In de richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen vindt u de onderbouwing met wetenschappelijk onderzoek/ evidence. Op bladzijde 43 van de Praktijkgids staan ook nog enkele verwijzingen naar literatuur.

Waarom worden patiënten die niet in de laatste zes maanden zijn gevallen niet als risicopatiënt geïdentificeerd, terwijl zij mogelijk wel kunnen gaan vallen tijdens de ziekenhuisopname? De gedachte is dat er dan risicopatiënten worden gemist.
Een valincident in de afgelopen zes maanden blijkt één van de goede voorspellers te zijn van een volgend valincident, daarom is voor deze vraag gekozen. Met behulp van de screeningsvragen wordt daarmee het risico op vallen ingeschat aan de hand van de recente geschiedenis van een patiënt. Dit om gerichte preventieve maatregelen te nemen tijdens de opname. Indien de professionele inschatting is dat ondanks dat iemand de afgelopen zes maanden niet is gevallen, er toch een groot valrisico is, is het advies de preventieve maatregelen ook voor deze persoon in te zetten om vallen te voorkomen.
De adviezen in de praktijkgids zijn grotendeels gebaseerd op de richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen (vanaf pagina 109 betreft het ziekenhuizen). Vanaf pagina 14 wordt ingegaan op de identificatie van hoogrisicopatiënten. Het is gebleken dat de vraag de belangrijkste voorspeller is voor een nieuw valincident.

Hoe verhoudt zich de screening door middel van de STRATIFY tot de screening zoals in de praktijkgids geadviseerd?
Het gebruik van een screeningsinstrument, zoals de STRATIFY (Oliver 1997), dat in de richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen (Nederlandse Vereniging van Klinische Geriatrie / CBO 2004) geadviseerd wordt, is niet aantoonbaar beter dan de screeningsmethode uit de prakijktgids, aldus de auteur zelf (Oliver 2008). Het expertteam beveelt dan ook aan om de screening te beperken tot één vraag: Is de patiënt in de afgelopen zes maanden één of meer keer gevallen? Deze screening door de verpleegkundige vindt plaats tijdens het opnamegesprek of binnen 24 uur na opname in het ziekenhuis.

Film

April 2010 werd op een conferentie Kwetsbare Ouderen een illustratieve film van het AMC over Delier getoond. Waar is deze film te bestellen en wat zijn de kosten?
De DVD kost € 30 en is te bestellen bij Mevrouw Splinter, AMC, via m.splinter@amc.nl.

Invulling thema

Waarom wordt het VMS Veiligheidsprogramma de GFI (Groninger Frailty Indicator) buiten beschouwing gelaten?
De GFI is vooralsnog buiten beschouwing gelaten vanwege het gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing van dit instrument.

Waarom is er gekozen voor de 4 subthema’s: ondervoeding, delirium, fysieke beperkingen en vallen?
Het expertteam is uitgegaan van de vier grootste geriatrische problemen die leiden tot ongewenst functieverlies: delirium, vallen, ondervoeding en fysieke beperkingen. Uit onderzoek in Nederland is gebleken dat 50.000 tot 165.000 ouderen functieverlies oplopen tijdens een opname in het ziekenhuis. Door de screening bij alle 70-plussers op de 4 subthema’s uit te voeren is het mogelijk om de problemen te herkennen, complicaties te reduceren en functieverlies te beperken bij een grote groep patienten.

Datum laatste update:
30 november 2017
Is deze informatie nuttig?
Informatie niet compleet of actueel?
Mail de redactie