TOP

Designmanagement en de bijdrage aan patiëntveiligheid

Titel initiatief: Designmanagement en de bijdrage aan patiëntveiligheid

Ziekenhuis: UMC St Radboud

In het UMC St Radboud is de bijdrage van designmanagement in de MKA-operatiekamer (MKA = Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie) onderzocht. Een operatiekamer is vol visuele prikkels. Een architect heeft ooit een mooi ontwerp gemaakt, maar door in de ruimte allerlei apparatuur neer te zetten en door allerlei informatiedragers op te hangen, zoals briefjes, instructievellen en telefoonlijsten, lijkt de veiligheid af te nemen. Deze toevoegingen heten ‘ruimteruis’. Belangrijke instructies en meldingen kunnen daardoor worden gemist, hulpmiddelen zijn hierdoor slecht te vinden en bovendien kunnen alle visuele prikkels afleiden. Designmanagement is ingezet om deze ruimteruis te voorkomen en om de operatiekamerwerkzaamheden beter laten ondersteunen.

Doel

Onderzoeken of designmanagement

  • de medewerkers in een operatiekamer ondersteunt bij veiliger werken.
  • kan bijdragen aan het voorkomen van wondinfecties.
  • mogelijk bij nog meer veiligheidsthema’s een positief effect kan hebben.

Aanleiding initiatief

Iris Hobo heeft voor de master Designmanagement voor haar afstudeerscriptie het onderwerp ‘designmanagement en patiëntveiligheid’ gekozen. Het UMC St Radboud was gestart met de nieuwbouw van het OK-Complex. Een van de focuspunten bij het ontwerp van deze operatiekamer is maximale patiëntveiligheid. Het UMC St Radboud was ook nieuwsgierig of designmanagement bij het inrichten en ontwerpen van de operatiekamers zou kunnen bijdragen aan veiliger zorg. Besloten werd om nog in het oude OK-complex een pilotonderzoek uit te voeren.

Stappenplan

Het project is gestart met een analyse van een Britse inventarisatie naar het mogelijk effect van design op patiëntveiligheid, waarvan de eindconclusies en aanbevelingen staan beschreven in de rapportage Design for Patient Safety. Een concreet handboek voor het toepassen van designmanagement is dit echter niet. Uit interviews met de auteurs – vijf jaar na verschijnen van het boek- blijkt dat de NHS (nog) niet in staat is gebleken de aanbevelingen van het boek effectief te implementeren. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat er onvoldoende wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de toegevoegde waarde van design voor de patiëntveiligheid, waardoor evidence ontbreekt. Besloten werd om in het UMC St Radboud een eerste stap in deze richting te zetten. Daartoe is in het UMC St Radboud onder de medewerkers van de MKA-operatiekamer allereerst een gevalideerde enquête (Safety Attitude Questionnaire) gehouden. Uit de enquête werd duidelijk dat er een sterke behoefte is aan eenvoud en helderheid over de regels.

De tweede stap in het onderzoek was een inventarisatie van alle fysieke kenmerken van de geselecteerde operatiekamer die betrekking hebben op communicatie en informatieoverdracht. De werkprocessen en de ontstane ruimteruis zijn ook in kaart gebracht.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft in de TOP-rapportages knelpunten voor patiëntveiligheid benoemd die zijn gesignaleerd in de operatiekamer. Één van die knelpunten is het aantal deurbewegingen. De derde stap in het onderzoek was het bedenken van maatregelen om het aantal OK-deurbewegingen te beperken aangezien meer dan 6 deurbewegingen per uur de kans op een postoperatieve wondinfectie met een factor 4 doet toenemen [(OR 4,085 (95% betrouwbaarheidsinterval 1,484-11,243), p=0,006].

Vervolgens zijn er designinterventies ontworpen en uitgevoerd. Informatie werd uniform gepresenteerd middels een gelijk letterbeeld, kleur, uniformiteit in taalgebruik en plaatsing. ‘Ruimteruis’ producten, zoals telefoon, scanner, hulpmiddelen, instructies etc. zijn gegroepeerd per functie op grote panelen in de OK. Er werd een speciaal hulpmiddelenpaneel gemaakt met folie in afwijkende kleur waaruit elk contour van elk hulpmiddel dat op het bord wordt opgehangen was uitgesneden. Als een hulpmiddel ontbrak, toonde de contour in de folie welk hulpmiddel dit betrof met daarbij de naam van het product zodat snel zichtbaar werd wat ‘tijdelijk’ miste.

Daarnaast werden er met designinterventies heldere barrières gecreëerd. De barrières dienden ervoor om de gebruikers te herinneren aan een procedure. Hierdoor werd het duidelijker wat er van de gebruikers werd verwacht. Deze strategie werd vooral toegepast op de toegangsdeuren van de operatiekamer.
Er werd een lamp aan de buitenzijde van de OK geplaatst die aanging zodra de steriele pakketten werden geopend. Zodra de wond werd gesloten, doofde de lamp. De lamp werd in de operatiekamer bediend. In de operatiekamer klonk ook een bel zodra de lamp werd bediend, zodat de teamleden in de operatiekamer er aan werden herinnerd, wanneer zij een mondkapje moesten dragen. Instructies (zoals kledingvoorschriften of handenwasinstructies) werden in één consistente lijn getoond en op logische en praktische plekken aangebracht. Onderscheid tussen informatie ten behoeve van enerzijds patiëntveiligheid en noodsituaties en anderzijds overige informatie, werd verbeterd.

Om effect te kunnen meten is gekozen voor een voor- en nameting. De 0-meting vond plaats gedurende vier dagen voor het uitvoeren van de designinterventies, de 1-meting vond plaats gedurende 3 dagen na de interventies. Tijdens de 0-meting vonden er 8 operaties plaats, tijdens de 1-meting 9. De volgende criteria voor patiëntveiligheid zijn gemeten:

  • Deurbewegingen (wie maakt ze, van binnen naar buiten (vv), reden van deurbeweging etc.)
  • Is het gedrag conform de hygiënerichtlijnen (dragen van mondneusmasker/sierraden).

Borging

Vanwege het gemeten positieve effect worden de resultaten gebruikt bij het ontwerp van de nieuwe OK’s. Daarnaast is een onderzoeksgroep gevormd om de bijdrage van designmanagement aan het vergroten van de patiëntveiligheid verder te onderzoeken.

Resultaten

De geobserveerde operaties betroffen uitsluitend MKA-operaties. Een significante afname van deurwegingen kon niet worden gemeten (mede door het geringe aantal geobserveerde operaties). Wel was een opvallende verandering, dat het aantal deurbewegingen per operatie als gevolg van verstoringen van buiten de OK verminderde (zie figuur 1). Dit zijn deurbewegingen die niet worden bepaald door de aard of duur van de operatie, maar doordat bijvoorbeeld een collega wordt gezocht, een mededeling wordt gedaan of doordat er een hulpmiddel wordt gezocht. Het aantal deurbewegingen veroorzaakt door externen was na de interventie vrijwel nul. Uit de aansluitende interviews bleek dat de lamp (het signaal dat de operatie lopende was) dit positieve effect had gecreëerd.

Uit metingen vóór en ná de designinterventie bleek er ook nog een tweede opvallende gedragsverandering te zijn ontstaan: de deurbewegingen aan het begin van de operatie namen af doordat het aantal personen per deurbeweging toenam (zie figuur 2). Men ging de deurbewegingen beter plannen. De verwachting van dit onderzoek is dan ook dat uiteindelijk het totaal aan deurbewegingen zal gaan afnemen. Dit kan een positieve bijdrage leveren aan het voorkomen van postoperatieve wondinfecties.

Naast deze meetbare veranderingen kwam ook andere informatie uit de aansluitende interviews over de designinterventie naar voren: patiëntinformatie is sneller te vinden; in nood verwacht men de goede instructies en hulpmiddelen sneller te kunnen vinden.

Designmanagement alleen is niet de oplossing voor het verbeteren van de patiëntveiligheid. Het kan regels en het werken helderder en gebruiksvriendelijker maken, maar patiëntveiligheid vergt ook leiderschap (handhaven van de regels) en training (uitleggen van de regels).

Voor vragen over dit initiatief kunt u contact opnemen met:
Naam: dr. A.P. Wolff