TOP

Zes pijlers onder de verbeteracties

De raad van bestuur is eindverantwoordelijk voor patiëntveiligheid en de implementatie van het VMS. Hoe krijgt dit vorm in het Catharina-ziekenhuis? Dr. Piet Batenburg, bestuursvoorzitter vertelt.
‘De raad van bestuur is eindverantwoordelijk voor veiligheid in het ziekenhuis. Wij laten dit zien door visie op veiligheid te definiëren, indicatoren te benoemen waaraan veiligheid dient te voldoen en erop toe te zien dat deze aantoonbaar gemaakt worden door alle zogenaamde functiegroepen – zo noemen wij onze organisatorische eenheid rond een specialisme.
Het duaal sectormanagement heeft vanuit de raad van bestuur een gedelegeerde verantwoordelijkheid om concrete doelen per jaar te definiëren waaraan hun sector dient te voldoen. Zij zien er bovendien op toe dat het betreffende management expliciet hun doelen nastreeft. Terugkoppeling en toetsing van de voorgang en resultaten op het gebied van veiligheid vinden plaats binnen de Beleid en Budget cyclus. Het managementteam van de functiegroep is verantwoordelijk om hun functiegroep doelen te definiëren, de werkwijzen daarbij te benoemen en op de uitvoering daarvan toe te zien. Het management is verantwoordelijk om de veiligheid van de patiëntenzorg te verantwoorden aan de raad van bestuur. De medewerkers zijn verantwoordelijk voor expliciet signaleren en verbeteren van onveilige situaties.’

Als er iets mis gaat, hoe snel bent u daar dan van op de hoogte?

‘Kleine incidenten worden op de afdeling opgelost. Via rapportage van de VIM-meldingen is de raad van bestuur op hoofdlijnen hiervan op de hoogte. Wanneer er grote incidenten zijn, worden wij door het functiegroepmanagement geïnformeerd. Indien nodig informeren wij de Inspectie.’

Weet u wat de grootste risicogebieden zijn binnen uw instelling? Kunt u aangeven welke dit zijn?

‘Er zijn diverse gebieden waar we ruimte voor verbetering zien op diverse plekken in de organisatie. Dit hebben we uitgewerkt in zes pijlers. Op al deze gebieden (patiënt, medewerkers, apparatuur, medicatie, gebouw en informatie) zijn er al verschillende verbeteracties geweest. Ons model heeft een stevig fundament, maar wij moeten continu kijken waar we het verder kunnen verbeteren. Zo zijn we bijvoorbeeld nu ziekenhuisbreed bezig met de EPD-ontwikkeling, we zullen in alle plekken een grote verbetering zien. Dit gaat de veiligheid ten goed komen.’

Wisselt u met de andere raden van bestuur uit uw netwerk uit hoe grip te houden op de risico’s binnen uw instelling?

‘Binnen het VMS Veiligheidsprogramma vindt vijf keer per jaar een leiderschapsnetwerkoverleg plaats. Doel van het overleg is om:

  • Te leren van elkaar;
  • Goede voorbeelden te verspreiden;
  • Ontwikkelingen binnen het VMS Veiligheidsprogramma te bespreken;
  • Elkaar te informeren over de invoering van het VMS.’

Hoe stimuleert u medisch specialisten om te participeren in veiligheidsprojecten?

‘In het Catharina-ziekenhuis is een stuurgroep VMS ingesteld waarin enkele specialisten zitting nemen. In eerste instantie was het doel van de VMS stuurgroep: opstellen van beleid rondom veiligheid. Nadat dit beleid is opgesteld en de verantwoordelijkheid teruggelegd is in de lijnorganisatie, is de taak van de stuurgroep verlegd naar een monitor- en adviesfunctie.
Daarnaast betrekken we specialisten bij de tien thema’s. Een specialist wordt benoemd als projectleider en is daarmee verantwoordelijk voor de uitwerking van het thema binnen de organisatie. Tevens neemt een specialist deel aan het decentrale VIM-team van de functiegroepen. Volgend jaar gaan we een specialist gedeeltelijk vrij stellen als aanjager op het gebied van kwaliteit en veiligheid.’

Is binnen uw ziekenhuis onderzoek gedaan naar de veiligheidscultuur en welke maatregelen heeft u op basis daarvan getroffen?

‘Op enkele afdelingen is er onderzoek gedaan naar de veiligheidscultuur met behulp van de COMPAZ enquête. We zijn nu in afwachting van de resultaten. De resultaten zullen besproken worden met de desbetreffende leidinggevenden. Er zal gevraagd worden om een actieplan op te stellen en uit te voeren.’